Hondenbelasting

In iets meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten worden honden fiscaal belast. Zo ook in Utrecht. Het is zelfs zo dat Utrecht de eerste gemeente was die de hondenbelasting in Nederland heeft ingevoerd, in 1446. Vanaf 1800 volgde de rest van het land, vooral voor extra gemeentelijke inkomsten en om de voedselschaarste te remmen[1].


Hondenbelasting is een algemene belasting. Dit betekent dat de gemeente de inkomsten uit deze belasting overal aan kan uitgeven. Denk hierbij aan hondenuitlaatplaatsen, bestrijding van hondenoverlast en onderhoud van parken. Maar het geld kan ook worden uitgegeven aan zaken die helemaal niets met honden te maken hebben, zoals het financieren van een sportveld. Naast dat hondenbelasting voor gemeenten een inkomstenbron is, kan het ook helpen bij het reguleren van hondenbezit [2].


In Nederland zijn we dol op huisdieren. Zo dol zelfs dat eind vorig jaar bijna 25% van de huishoudens een kat had en iets minder dan 20% een hond. Het aantal katten steeg daarmee naar 3,1 miljoen en het aantal honden naar 1,9 miljoen. En het aantal neemt toe, want door de coronacrisis denkt nog eens 7% van de Nederlanders erover om een huisdier te nemen [3].

Het hebben van huisdieren heeft veel voordelen. Uit onderzoek blijkt dat mensen er veel baat bij hebben en dat de invloed van huisdieren groter is dan tot nu toe werd gedacht; dit positieve effect geldt met name voor honden en katten. Zo worden kinderen minder ziek, gaan huisdiereigenaren 20% minder naar de huisarts en helpen huisdieren ouderen bij gevoelens van eenzaamheid[4].


Er kleven echter ook nadelen aan de grote aantallen honden en katten in Nederland, want ze eten elke dag een portie vlees en produceren uiteraard ook uitwerpselen. Hoe slecht Nederlandse honden en katten ecologisch gezien precies zijn, heeft Pim Martens van de Universiteit Maastricht onderzocht. De ecologische pootafdruk staat voor de hoeveelheid land die per jaar wordt gebruikt om het voedsel van een hond of kat te produceren. De impact door uitwerpselen is niet meegenomen, wat zorgt voor extra stikstof- en fosfaatuitstoot die de natuur belast en planten- en diersoorten terugdringt [5]. Voor honden ligt de pootafdruk tussen 0,9 en 3,66 hectare per jaar, afhankelijk van de grootte van de hond. Voor katten ligt de pootafdruk ongeveer tussen de 0,4 en 0,67 hectare per jaar [6]. Ter vergelijking, een hond met een pootafdruk van 0,84 hectare per jaar verbruikt in één jaar evenveel energie als een SUV die 10.000 kilometer aflegt [7]. Voor een grote hond komt dit dus neer op een SUV die ruim 40.000 kilometer aflegt! Deze impact komt vooral door het vlees dat honden en katten eten; maar liefst 10% van al het vlees dat in Nederland wordt geproduceerd [8]. Het tegenargument is vaak dat voedsel voor honden en katten bestaat uit restvlees, wat echter maar gedeeltelijk klopt. De hoeveelheid beschikbaar restvlees in Nederland is te weinig voor het aantal honden en katten. Daarom wordt ook vlees voor menselijke consumptie in het dierenvoedsel verwerkt.


Naast de ecologische pootafdruk die zij veroorzaken, verstoren katten de biodiversiteit in onze achtertuinen. Volgens de laagste schattingen doden katten jaarlijks zo’n 18 miljoen vogels [9].


De hondenbelasting is al jaren een punt van discussie, omdat het een willekeurige belasting lijkt waarvan de hoogte per gemeente verschilt. Want waarom wel een belasting voor hondenbezitters en niet voor kattenbezitters? Dat is inderdaad vreemd, maar gemeenten hebben wettelijk gezien niet de mogelijkheid om (indien gewenst) een kattenbelasting in te voeren [10].


Hoewel de hondenbelasting willekeurig lijkt, vindt Volt dat deze belastingvorm in de gemeente Utrecht behouden moet blijven. Samenvattend omdat de negatieve impact van honden op het milieu aanzienlijk is en de belasting een regulerend effect heeft.