Vrijheid, privacy en veiligheid

Veiligheid (BOA's/vuurwerkverbod/cameratoezicht)


Vrijheid, privacy en veiligheid zijn belangrijke waarden in onze samenleving. Toch lijken deze soms moeilijk samen te gaan. Iedereen wil zich zonder zorgen kunnen bewegen, maar het is juist die onbezorgde vrijheid die voor onveiligheid kan zorgen. Meer veiligheid kan op haar beurt weer zorgen voor een inperking van vrijheden en privacy. Volt respecteert en waarborgt ieders privacy, en individuele vrijheid voor zover deze geen inbreuk doet op die van anderen, en zet in op onze gezamenlijke veiligheid.


Weinig mensen staan dagelijks stil bij de vrijheid en veiligheid die ze hebben. In Nederland en in een groot gedeelte van de rest van Europa hebben wij hoge standaarden als het op vrijheid en veiligheid aankomt. Met de technologische ontwikkelingen van de laatste decennia en de veranderende geopolitieke verhoudingen komen deze waarden soms onder druk te staan. Daarom is het belangrijk dat onze waarden goed vastgelegd zijn in wetten en regels en dat de rechtsstaat goed functioneert en wordt beschermd.


Op gemeentelijk niveau willen wij inzetten op het voorkomen van criminaliteit en daarmee op het vergroten van veiligheid. Dit willen we op verschillende manieren aanpakken: voorkomen dat (kwetsbare) jongeren in handen vallen van criminele netwerken, jongeren aan een goed opleidings- en baanperspectief helpen, inzetten op ‘situationele criminaliteit’ (ook wel gelegenheidscriminaliteit genoemd) en voorkomen dat zwart geld in aanraking komt met de ‘bovenwereld’.


Camera’s

Zogenoemde ‘situationele criminaliteit’ is vaak opportunistisch en spontaan. Door de omgeving en omstandigheden op de juiste manier aan te passen, kunnen we de momenten die leiden tot criminele situaties beperken. Denk hierbij aan het plaatsen van camera’s. Volt is niet per se voor meer camera’s, wel voor een effectieve toepassing ervan. Hierbij is het belangrijk dat per locatie wordt afgewogen of inzet van camera’s nodig is en dat deze samengaat met een mix van andere maatregelen, zoals de inzet van boa’s [1]. Daarbij vindt Volt het essentieel dat er afspraken worden gemaakt waarvoor de beelden mogen worden gebruikt, en over de bewaartermijn en vernietiging van de camerabeelden. Zo blijven vrijheid, privacy en veiligheid geborgd.


Boa’s

In Nederland werken ruim 25.000 buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s)[2]. De meeste boa’s zijn niet de mensen van handhaving en toezicht op straat, maar vallen onder de noemer ‘generieke opsporing’. Dit zijn meestal boa’s die bij de politie zelf werken en slechts een specifieke of beperkte bevoegdheid hebben [3]. De taken van boa’s zijn zeer divers en omvatten:


  • de aanpak van overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten;

  • de opsporing van strafbare feiten binnen de openbare ruimte;

  • de opsporing van (economische) milieudelicten;

  • de handhaving van algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • de aanpak van overlast en kleine ergernissen waarmee huisregels binnen het openbaar vervoer worden overtreden;

  • de opsporing van strafbare feiten binnen het domein openbaar vervoer.


Er is sprake van een overlap van taken van de boa’s en de politie. Er is een ‘grijs gebied’ waarin beide partijen (mogen/moeten) opereren. In de praktijk wordt een beweging gezien waarbij de politie minder taken op straat uitvoert en de boa’s deze taken oppakken. [4]


Door het efficiënt inzetten van boa’s wordt het politiebestel door de overlap van taken dus ontlast, waardoor politieagenten hun tijd kunnen besteden aan het tegengaan van zware criminaliteit. Een politieagent is immers opgeleid om zwaardere vormen van criminaliteit tegen te gaan en heeft daarom een mandaat gekregen om vergaande maatregelen te nemen (zoals het gebruik van geweld). Boa’s hebben een minder omvangrijke training genoten, en hebben daarom een minder verreikend mandaat, waardoor zij zich kunnen richten op de hierboven beschreven kleinere criminaliteit. Op die manier ontstaat een effectieve en logische verdeling van het tegengaan van criminaliteit; de opsporingsambtenaren richten zich dan op het tegengaan van het soort criminaliteit waarvoor zij zijn opgeleid.


Volt wil daarom meer budget uittrekken voor BOA's, zodat zij effectiever kunnen zijn in de bestrijding van kleine criminaliteit.


Vuurwerk


Soms gaat de veiligheid vóór de vrijheid van de burger; een voorbeeld daarvan is vuurwerk. Concreet betekent dit volgens ons dat er een verbod moet komen op het afsteken van (consumenten)vuurwerk om de burger te beschermen tegen de potentieel ernstige gevolgen ervan. Dat het afsteken van vuurwerk ernstige gevolgen kan hebben, wordt pijnlijk zichtbaar wanneer we kijken naar de hoeveelheid mensen die elke jaarwisseling voor letsel door vuurwerk worden behandeld op de spoedeisende hulp. Dit aantal verschilt sterk per jaar, maar is gemiddeld 650 [5]. Hiernaast ontstaat vergaande andere schade aan de publieke gezondheid, zoals gehoorschade, fijnstof, milieuschade en overlast [6].


Al deze factoren in onderlinge samenhang bekeken, leiden tot onze conclusie dat de burger beschermd moet worden tegen het afsteken van vuurwerk. Wij beseffen echter ook dat het afsteken van vuurwerk een langlopende Nederlandse traditie is, waar velen jaarlijks naar uitkijken. Daarom wil Volt dat de gemeente een aantal vuurwerkshows gaat organiseren waarbij geen ziekenhuisopnames nodig zijn, de rommel die het achterlaat wordt opgeruimd en de hoeveelheid overlast wordt geminimaliseerd (denk hierbij aan het uitkiezen van een goede plek).


[1] Regioplan, “Evaluatie cameratoezicht op openbare plaatsen”, 2009

[2] Abraham, “Buitengewoon veilig; Onderzoek naar taken en arbeidsomstandigheden van boa’s en de samenwerking met politie”, 2020

[3] Oomkens: “BOA’s en Politie”, onbekend jaartal.

[4] Abraham, “Buitengewoon veilig; Onderzoek naar taken en arbeidsomstandigheden van boa’s en de samenwerking met politie”, 2020

[5] Nieuwenhoven & Stumpel: “De effecten van vuurwerk op de publieke gezondheid”, 2019.

[6] Idem.